Groendak

Opbouw Groendak

Opbouw groendak lagen

Het groendak kent verschillende dikten in de voedingsbodem of substraatlaag, deze dikten zijn dan nodig voor de verschillende beplantingen. Ieder beplantingsvorm heeft zijn eigen benodigde substraatlaag, meer hierover vind u ook in de richtlijn begroeide daken van de Vereniging Bouwwerk Begroeners op: http://www.bouwwerkbegroeners.nl/richtlijn-begroeide-daken/

Op het groendak kunt u verschillende lagen terugvinden:

  • de waterkerende laag (dakbedekking) zorgt ervoor dat het dak waterdicht is.
  • de wortelkerende laag vermijdt dat wortels kunnen doorgroeien en beschadigingen kunnen aanbrengen.
  • de beschermlaag beschermt de ondergelegen lagen tegen bijvoorbeeld scherpe delen, gaat afglijden van lagen tegen, houdt vocht vast.
  • de drainagelaag voert overtollig water af en vormt eventueel waterreservoirs voor waterbuffering.
  • het filterdoek vermijdt dat substraatdeeltjes in de drainagelaag terecht komen en afgevoerd worden of verstopping veroorzaken.
  • de substraatlaag (‘voedingsbodem’) verankert de wortels van de begroeiing en bevat voldoende water, voedingsstoffen en zuurstof voor groei van de vegetatie.
  • de erosielaag voorkomt erosie van de substraatlaag op het moment dat de vegetatie nog niet volgroeid is.
  • de vegetatielaag kan bestaan uit mossen, vetplanten, kruiden, grassen, struiken, bomen…

Niet alle groendaken bestaan uit zoveel lagen. Bepaalde lagen kunnen gecombineerd worden, zoals bijvoorbeeld de wortel- en waterkerende laag. Op schuine daken is vaak geen aparte drainagelaag nodig omdat door de helling het water gemakkelijk afgevoerd kan worden.

Opbouw groendak materialen

Het materiaal dat gebruikt wordt voor de aanleg van een groendak dient aan speciale voorwaarden te voldoen. Zo zijn bitumen en PVC niet zo geschikt. Voor de drainagelaag kiest men liever niet voor polystyreen schuimelementen maar wel vulkanisch gesteente, kleikorrels, kokosvezelmatten of minerale wol. Voor de filterlaag kiest men voor turf of fijnkorrelig zand. Synthetische materialen zijn glasvezels, polyester, nylon, polyethyleen en polyprolyleen.

Men onderscheidt in de laagopbouw:

  • Eénlaagse systemen: de begroeiing wordt rechtsreeks in een substraatlaag geplant; er is dus geen drainage noch waterreservoir. Dit type groendak is af te raden omdat het op termijn voor problemen zal zorgen, onder meer op het gebied van de waterdichting; ook de waterafvoer zal niet verbeteren.
  • Tweelaagse systemen: samengesteld uit een substraat en een draineerlaag (bijvoorbeeld weefsel of geëxpandeerde kleikorrels) , over het algemeen gescheiden door een filtervlies.
  • Drielaagse systemen: deze bevatten ook nog een waterreservoir, al dan niet geïntegreerd in de draineerlaag, waarin de planten in periodes van droogte het nodige vocht kunnen vinden.

Op deze laagopbouw komt nog de beplantingslaag.