Heidedak

Heidedak

Natuurlijk kan worden gekozen voor een heidedak, vooral als de omgeving dat rechtvaardigt. Maar zeker ook valt in een bosrijk gebied de oorspronkelijke biotoop te herstellen waardoor ook bosheide een boeiend daklandschap geven kan. De kwaliteiten en eigenschappen van het heidedak zullen zeker die van het grasdak evenaren.

 Een heidedak als natuurdak

De inrichting hiervan zal worden afgestemd op de volgende criteria:

  • Maximaal 350 á 400 kg/m²
  • Dakrand is 20 a 25 cm hoog.
  • Biotopen: droge heide & natte heide
  • Een drassig/ moerasachtig gebiedje met een mogelijkheid van 2 a 3 cm water.

Dia3

 

Dia6

 

 

 

 

 

 

Biotoop droge heide

  • Deze biotoop komt van nature voedselarme en droge gronden. Voornamelijk aanwezig in het essenlandschap omdat het een half natuurlijke biotoop is, het kan alleen standhouden in combinatie met begrazing of beheer. Indien dit niet gebeurt gaan de grassen en kruiden overheersen.
  • Op het dak is de invloed van natuurlijke successie nauwelijks aanwezig en kan het dus met een zeer extensief beheer goed standhouden.
  • De eisen aan de grondsoort zijn: goed water doorlatend, voedselarm, niet basisch.

Beplanting:

  • (Nederlandse naam Latijnse naam)
  • Struik hei Calunna vulgaris
  • Kruip brem Genista pilosa
  • Bochtige smele Deschampsia flexuosa
  • Kraaihei Empetrum nigrum
  • Gewoon peermos Pholia nutans
  • Fijn bekermos Cladonia chlorophaea
  • Rode heide lucifer Cladonia floerkeana

Dia9

Biotoop natte heide

  • Deze biotoop komt van op verschillende locaties voor, het meest voorkomende is het overgangsgebied van de droge heide naar de vennen of beken. In Nederland komt deze biotoop voor in de het midden, oosten en zuiden van Nederland. Die gebieden behoren tot de uitgestrektste en best bewaarde voorbeelden van natte heide van Europa. Normaal gesproken houdt het van een arme waterdoorlatende grond met in de ondergrond een waterkerende laag. Het is namelijk erg gevoelig voor sterke waterschommelingen. Om dit op het dak te creëren is er dus een grotere drainagelaag nodig.
  • De eisen aan de grondsoort zijn: goed water doorlatend,waterstand maar enkele cm onder het maaiveld, voedselarm, niet basisch.

Beplanting:

  • (Nederlandse naam Latijnse naam)
  • Dophei Erica tetralix
  • Pijpenstrootje Molinia caerulea
  • Ronde zonnedauw Drosera rotundifolia
  • Gagel Myrica gale
  • Moeraswolfsklauw Lycopodiella inundata

Fauna:

  • Ondanks de beperkte hoeveelheid diersoorten die op het dak zouden kunnen leven zijn er 17 doelsoorten van insecten waar dit dak aan voldoet als habitat.
  • Als aanvulling op de biotopen zijn er in twee hoeken een rotsformatie en een houtformatie gepland. Deze bieden schuil en nestel mogelijkheden voor insecten en vogels. De mogelijke water/ drassige plekken zijn voor meerdere insecten maar ook vogels een welkome afwisseling in het bebouwd gebied.
  • Het is niet onwaarschijnlijk dat er nog meerdere bijen en wespen deze habitat geschikt zullen vinden door de plaatsing van het hout en de rosten, op die manier worden er meerdere nestel voorkeuren behartigd. Ook voor vogels vormen de combinatie van heide, een enkele kleine brem, de rotsen en het mogelijke water een goed leefgebied.